Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

De paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in het BBV en in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan.

Conform het nieuwe BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.

Interne- en externe ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Financiering - Interne- en externe ontwikkelingen

De ECB heeft in juni 2025 voor het laatste  de rente nog met 0,25%-punt verlaagd. Dit was de achtste verlaging binnen twaalf maanden.  De periode van versoepeling moest de economie ondersteunen na een tijd van matige groei. Sindsdien heeft de ECB de rente ongewijzigd gehouden.

De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2025 is vastgesteld op -/- -0,34% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Geldrop-Mierlo is voor 2025 vastgesteld € 6.192.000,-.  Dit betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.

Omschrijving 2025
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves 3.117
2 Mutatie (im)materiële vaste activa -19.790
3 Mutatie voorzieningen -496
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 2.421
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 0
EMU-saldo -14.748

De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken op basis van begroting en werkelijkheid. De bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend.

Renteschema Begroting Realisatie
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00% 2,00%
Rente activa en Grex afgerond (omslagrente) 1,00% 1,00%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend op basis van de wettelijke voorschriften.

Renteresultaat

Stap Renteschema 2025 Totaal 2025
De externe rentelasten over de lange financiering 1.781
De externe rentelasten over de korte financiering 80
De externe rentebaten -150
1 Saldo rentelasten en rentebaten 1.711
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 0
De rentebaten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -18
De rentelasten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 13
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -4
3 Rente over eigen vermogen 0
3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) 126
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3) 1.833
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden -321
5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa -1.299
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5) 212

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld Treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld, en moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is in  2025 niet overschreden.

Stap Omschrijving Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 149.953 149.953 149.953 149.953
Percentage regeling 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 12.746 12.746 12.746 12.746
Vlottende korte schuld
Opgenomen gelden korter dan 1 jaar 0 2.333 5.333 9.500
Schuld in rekening courant 898 1.199 1.700 1.727
Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar 100 100 100 100
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
2 Totaal vlottende korte schuld 998 3.632 7.133 11.327
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 12 8 8 6
Tegoeden in rekening courant 2.799 1.099 792 49
Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar 0 0 0 0
3 Totaal vlottende middelen 2.812 1.107 799 55
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) -1.814 2.525 6.334 11.272
Ruimte (+) / Overschrijdingen (-) (1-4) 14.560 10.221 6.412 1.474

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

De renterisiconorm is in 2025 niet overschreden.

Stap Omschrijving Begroting Begroting na wijziging
1 Renteherzieningen 0 0
2 Aflossingen 27.836 31.461
3 (1+2) Renterisico 27.836 31.461
4 Begrotingstotaal 2025 149.953 164.425
5 Percentage regeling 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 29.419 32.885
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 1.583 1.424

Kredietrisicobeheer

Terug naar navigatie - Financiering - Kredietrisicobeheer

Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

De gemeente heeft in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. Deze hebben onder andere betrekking op de verstrekte leningen in het kader van de publieke taak, zoals de startersleningen. Deze leningen zijn afgesloten onder Nationale Hypotheek Garantie. Dit betekent dat de aflossing bij gedwongen verkoop altijd gegarandeerd is.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Financiering - Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen
Leningverstrekker Looptijd van Looptijd t/m Rente Oorspronkelijk 01/01/2025 31/12/2025
BNG 2020 2025 -0,10% 25.000 25.000 0
Prov. NB 2018 2033 1,13% 1.211 751 671
Prov. NB 2018 2033 1,18% 908 57 51
Prov. NB 2019 2034 1,28% 606 416 377
BNG 2020 2040 0,23% 54.215 43.372 40.661
BNG 2024 2034 2,67% 30.000 30.000 27.000
BNG 2025 2035 2,74% 25.000 0 24.375
Totaal 136.941 99.597 93.136