Missie (doel en belangen)
De GGD Brabant-Zuidoost streeft - onder regie van de gemeente - door middel van preventie naar gezondheidswinst van alle inwoners, om zo een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van hun leven en zelfredzaamheid te vergroten. De GGD is een proactieve, innovatieve en resultaatgerichte organisatie. De dienstverlening betreft gezondheidspreventie en snelle interventie, ambulancezorg en jeugdgezondheidszorg. De GGD is een professionele organisatie. De dienstverlening komt naast wettelijke kaders tot stand vanuit de wens van de klant in dialoog op opdrachtgevers en samenwerkingspartners. Vanuit de wet publieke gezondheid geeft de GGD vorm en inhoud aan onze collectieve preventie en gezondheidswinst.
Veranderingen en ontwikkelingen
-Meerjarenbeleidsplan
Het Meerjarig Beleidsplan 2022 - 2026 Het GGD-bestuur heeft in 2022 een nieuw Meerjarig Beleidsplan voor de periode 2022–2026 vastgesteld. Dat plan is tot stand gekomen in overleg met gemeenten en ketenpartners.
De GGD ziet voor de komende jaren de volgende maatschappelijke uitdagingen:
- Effecten van Covid-19 op de volksgezondheid
- Het verkleinen van gezondheidsverschillen
- Bevorderen van een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving
- Bevorderen van een mentaal gezonde samenleving
- Een signalerende regionale functie in de openbare geestelijke gezondheidszorg
- De juiste ambulancezorg als onderdeel van de acute zorgketen.
Het is onze ambitie om via regionale samenwerking tussen GGD, gemeenten en ketenpartners meer maatschappelijke impact te genereren op bovenstaande maatschappelijke uitdagingen en deze waar mogelijk meetbaar te maken.
-Zorgcoördinatie bij spoedeisende hulp (waaronder Ambulancezorg)
Met zorgcoördinatie bedoelen we dat alle ketenpartners binnen de regio werken vanuit 1 zorgloket. De inwoner met een zorgvraag kan bij dit loket terecht en het loket bepaalt uiteindelijk welke zorg nodig is. Zodoende krijgt de inwoner direct de zorg die hij of zij nodig heeft, zonder eerst (onnodig) de gang naar de Spoedeisende Hulp te maken. Landelijk worden hier al de eerste stappen in gezet. GGD Brabant- Zuidoost zal dit regionaal verder oppakken en uitwerken. In deze fase is het nog te vroeg om de financiële gevolgen van deze zorg coördinatie in te schatten. Financiering zal naar verwachting van de zorgverzekeraars komen. E.e.a. kan gevolgen hebben voor de meldkamer ambulancezorg.
-Vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg
Vanaf 1.1.2021 is de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor 0–4 jarigen bij de GGD ondergebracht, zodat er sprake is van een doorlopende lijn JGZ voor 0–18 jarigen. De GGD werkt vanuit een eigentijdse toekomstvisie op JGZ waarin ieder kind heeft het recht op te groeien in een veilige en stimulerende omgeving die het mogelijk maakt dat het kind zich optimaal ontwikkelt. De missie is het bevorderen van ontwikkelingskansen en het verkleinen van gezondheidsverschillen, zodat alle kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien. Hierbij wordt extra aandacht gegeven aan gezinnen waarvoor dat niet vanzelfsprekend is. Het nieuwe landelijk professioneel kader voor de JGZ dat per augustus 2022 in werking is getreden biedt meer ruimte aan professionals. De JGZ staat voor grote maatschappelijke opgaven en ziet twee belangrijke uitdagingen die het noodzakelijk maken om de dienstverlening te herzien namelijk verandering in behoeftes van klanten en krapte op de arbeidsmarkt. Het Algemeen Bestuur van de GGD erkent het belang van bovenstaande vernieuwing van JGZ en de noodzaak om ruimte voor vernieuwing te maken en heeft in december 2022 het besluit genomen om de komende 4 jaren het wendbaarheidsbudget van de GGD te bestemmen voor deze vernieuwing.
-Nu Niet Zwanger
Het eerder landelijk in gang gezette programma Nu Niet Zwanger krijgt de komende jaren zijn vervolg. Nu Niet Zwanger (NNZ) maakt de kinderwens bespreekbaar bij kwetsbare vrouwen én mannen met een opeenstapeling van complexe problemen en beperkingen. NNZ ondersteunt hen bij het nemen van de regie over hun kinderwens. En NNZ ondersteunt bij het realiseren van adequate anticonceptie als er geen kinderwens is. Doel is het voorkómen van onbedoelde zwangerschappen bij vrouwen en mannen die op dat moment geen kinderwens hebben maar die door hun vele complexe problemen niet in staat zijn adequate anticonceptie te regelen en te gebruiken. In 2020 is in Helmond gestart met een pilot en deze is positief geëvalueerd. Inmiddels is besloten dit programma binnen onze regio uit te rollen. In 2023 haken veertien gemeenten aan en in 2024 volgen de overige zes gemeenten. De GGD levert de projectleiding en twee inhoudelijke coördinatoren. Het opleiden en begeleiden van aandacht functionarissen bij diverse organisaties (onderwijs, jeugdzorg, jongerenwerk enz.) is een belangrijk onderdeel van het programma. De kosten/baten van het programma NNZ zijn verwerkt in deze ontwerpbegroting bij de contracttaken voor gemeenten. Het programma wordt in 2025 geëvalueerd en dan kan desgewenst worden besloten om NNZ op te nemen in het basispakket van de GGD.
-Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid (VIPP)
Landelijk komen in 2023 en 2024 extra middelen beschikbaar om de infectieziektebestrijding en de pandemische paraatheid van de GGD’en te versterken. Dit betekent dat de GGD Brabant Zuidoost haar capaciteit bij infectieziektebestrijding en voor de pandemische paraatheid kan gaan uitbreiden. Het gaat daarbij niet alleen om extra formatie voor IZB-artsen en –verpleegkundigen, maar ook voor epidemiologie/datascience, gedragswetenschappen en communicatie. Het bureau AEF heeft onlangs een rapport gepubliceerd waarin de capaciteit voor infectieziektebestrijding bij GGD’en in beeld is gebracht. Op basis daarvan wordt landelijk een capaciteitsnormering bepaald voor de kerntaken op dit werkterrein. Er komt een Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding (LFI) dat voorbereidingen treft voor een pandemie en bij een pandemie of grote infectieziektenuitbraak in Nederland kan worden opgeschaald. Bij pandemische paraatheid landelijk gaat het overigens niet alleen om het flexibel kunnen op- en afschalen van de GGD (traceren, testen, vaccineren, informeren) maar ook om het flexibel kunnen op- en afschalen van de hele zorgketen (huisartsen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, ambulancezorg ed.) en het versterken van de leveringszekerheid van medische producten. In deze begroting is een raming opgenomen van ca. € 1.000.000 voor versterking van pandemische paraatheid, vergoeding door het Rijk. Voor de versterking van infectieziektebestrijding is een voorzichtige raming opgenomen.
-Rijksvaccinatieprogramma
Momenteel wordt landelijk onderzocht of de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor volwassenen bij de GGD’en kan worden ondergebracht. Het kabinet heeft deze intentie reeds uitgesproken en er wordt momenteel een uitvoeringstoets uitgevoerd. De resultaten van deze toets zijn medio 2023 beschikbaar. Naar verwachting gaat de GGD vanaf 2024 de griepvaccinatie voor volwassenen uitvoeren. Aan het RVP voor zuigelingen wordt waarschijnlijk de vaccinatie tegen het Rotavirus toegevoegd. De Gezondheidsraad heeft dat geadviseerd en het Kabinet moet daarover nog een besluit nemen. De kans is aanwezig dat er m.b.t. het Rotavirus ook inhaalcampagnes zullen volgen. In 2022 en 2023 zijn stappen gezet om alle zwangere vrouwen in de 22e week van de zwangerschap een vaccinatie tegen kinkhoest aan te bieden. De GGD brengt alle vaccinaties (kinderen, volwassenen) onder in een Vaccinatie Expertise Centrum. De (mogelijke) uitbreiding van het RVP is (m.u.v. de 22 wekenprik) in deze ontwerpbegroting nog niet verwerkt, zodra daarover meer bekend is zullen de financiële gevolgen via een begrotingswijziging worden aangeboden. Mogelijk loopt de financiering van de uitbreidingen in de eerste jaren via het Rijk zoals dat in het recente verleden bij andere uitbreidingen ook is gebeurd. De voorlichting over het RVP zal de komende jaren extra aandacht vragen om de gewenste vaccinatiegraad op peil te houden. Momenteel onderzoekt de GGD welke doelgroepen om extra aandacht vragen. Een deel van de middelen voor het RVP zullen we inzetten voor extra voorlichting. Een subsidieaanvraag bij het KWF loopt.
-Zorgakkoorden en een regionale preventie infrastructuur
In het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond & Actief Leven Akkoord (GALA) maken gemeenten en verschillende zorgpartijen afspraken over te bereiken gezondheidsdoelen voor de komende jaren. Beide akkoorden hangen nauw met elkaar samen. Beide akkoorden passen in een beweging van ‘zorg naar gezondheid’ die door veel gemeenten al is ingezet. De thema's die in GALA centraal staan, komen sterk overeen met de thema's die opgenomen zijn in het Meerjarig Beleidsplan van de GGD Brabant Zuidoost. Gemeenten krijgen van het Rijk vanaf 2023 middelen om een regionale preventie infrastructuur te ontwikkelen. Om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden zet de rijksoverheid de komende jaren meer in op preventie waarbij breed gekeken wordt naar gezondheid. Het Rijk ziet hierbij een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. De GGD wil als kernpartner van onze gemeenten in gezondheidspreventie meewerken aan het opbouwen van een regionale preventie infrastructuur en is bereid een procesrol te nemen bij het verder uitwerken en implementeren van GALA. Gemeenten ontvangen per 2023 een brede specifieke uitkering (SPUK) via het gemeentefonds voor programma's op het terrein van gezondheid. GALA en SPUK omvatten 15 programma's waarop gemeenten kunnen inzetten. In die uitkering is ook een bedrag voorzien om de advies- en kennisfunctie van de GGD te versterken. In deze fase zijn de financiële gevolgen voor de GGD nog niet te overzien. Later zullen begrotingswijzigingen worden aangeboden.
-Informatieveiligheid/privacy, verbetering van de informatiehuishouding en risicomanagement.
De maatschappij en wetgeving stelt steeds hogere eisen aan informatieveiligheid. Elke GGD-klant mag ervan uitgaan dat zijn/haar gegevens bij de GGD in veilige handen zijn. De kans op datalekken is toegenomen en de impact kan groot zijn (cybercrime). De GGD heeft hiermee bij de Coronabestrijding te maken gehad en heeft haar niveau van informatieveiligheid opgehoogd (naar E3), maar is nog niet op het gewenste niveau (E5). De GGD moet als zorginstelling kunnen voldoen aan de NEN 7510 norm. Verder zijn drie cruciale sleutelfunctie m.b.t. informatieveiligheid en privacy t.w. de Functionaris Gegevensbescherming (FG), de Privacy-officer (PO) en de Security-officer (SO) die ten dele ingevuld zijn binnen de GGD (en deels via inhuur derden). De Wet Open Overheid (WOO), waaraan de GGD ook gehouden is, stelt hoger eisen aan de (digitale) informatiehuishouding (voorheen archiefbeheer) en het actief en passief openbaar maken van informatie. Verder is in de praktijk te zien dat het aantal WOO-verzoeken (voorheen WOB-verzoeken) dat bij de GGD binnenkomt flink is gestegen. Gemeenten krijgen van de Rijksoverheid extra middelen om de WOO te implementeren en daarin is ook financiering voor gemeenschappelijke regelingen opgenomen. De provincie heeft als toezichthouder op het archiefbeheer door gemeenschappelijke regelingen het huidige niveau van archiefbeheer bij de GGD als onvoldoende gekwalificeerd en een verbeterplan geëist. Het verbeterplan is eind 2022 door het GGD-bestuur vastgesteld en wordt de komende jaren uitgevoerd. Een onderdeel van het plan is het op orde brengen van de formatie en het budget voor de informatiehuishouding/ het archiefbeheer. De GGD heeft de financiële gevolgen van het op orde brengen van informatieveiligheid, informatiehuishouding en risicomanagement in beeld gebracht en verwerkt in deze ontwerpbegroting. Ze onderzoeken de mogelijkheden, synergievoordelen en meerwaarde van samenwerking met de andere Brabantse GGD’en op bovengenoemde thema's. Het niet voldoen aan de gestelde eisen brengt de volgende risico's met zich mee:
- In gevaar komen van de zorg continuïteit van de GGD a.g.v. Cybercrime of ICT-storingen;
- Imagoschade;
- Juridische of financiële claims van eventuele gedupeerden van datalekken/ cybercrime;
- Scherper toezicht en/of boetes door toezichthouders (Provincie en/of Autoriteit Persoonsgegevens) a.g.v. het niet nakomen van wettelijke verplichtingen (AVG, Archiefwet of Wet Open Overheid). Het Algemeen Bestuur van de GGD erkent de noodzaak om informatieveiligheid, de informatiehuishouding en het risicomanagement bij de GGD op orde te brengen. De financiële gevolgen zijn in deze ontwerpbegroting 2024 verwerkt.
-Forensische geneeskunde
De GGD werkt bij Forensische Geneeskunde in toenemende mate samen met de GGD Hart voor Brabant. Het feit dat de politie-eenheid Oost-Brabant als opdrachtgever fungeert voor arrestantenzorg en forensisch medisch onderzoek, speelt hierbij een rol. Ook de schaarste aan personeel speelt hierbij een rol (schaalsprong noodzakelijk). Deze samenwerking is in de praktijk jaren geleden al ingezet en wordt in 2023 doorontwikkeld en geformaliseerd in een samenwerkingsovereenkomst waarbij de GGD Brabant- Zuidoost wil gaan fungeren als centrum-GGD voor Forensische Geneeskunde in Oost-Brabant. De forensisch artsen en verpleegkundigen komen bij een dergelijke constructie in dienst bij de GGD BZO en werken als team voor de hele politieregio Brabant-Oost. De GGD Brabant-Zuidoost zal de ondersteuning bieden voor het hele team (HR, ICT, enz.). De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet verwerkt in de ontwerpbegroting 2024.
- Nieuwkomers in onze regio
Onze regio heeft de afgelopen jaren te maken met een groeiende instroom van nieuwkomers/immigranten. Het gaat dan met name om:
- Asielzoekers
- Statushouders
- Arbeidsmigranten
- Expats
- Vluchtelingen vanuit de Oekraïne
Immigranten brengen extra inspanningen voor de GGD met zich mee. Deels tellen deze nieuwkomers mee bij de inwoners- en kindbijdrage aan de GGD (indien zij zijn opgenomen in de GBA), al ijlt dat een jaar na omdat 1 januari als peildatum voor de inwoners- en kindbijdrage geldt en de nieuwe instroom gedurende een jaar niet in de inwonersbijdrage meetelt terwijl de GGD aan deze mensen wel zorg moet leveren (vooral JGZ). Deels werden die inspanningen vergoed door het Rijk via een meerkostenregelingen zoals de opvang van Oekraïense vluchtelingen en de opvang van asielzoekers in de crisisnoodopvang. De JGZ voor Oekraïense kinderen loopt via het gemeentefonds. Het deel dat niet meetelt in de inwoners- of kindbijdrage gaat knellen. We verwachten dat de instroom van nieuwkomers de komende jaren, gelet ook op de groeiambitie van onze regio, zal aanhouden en doorgroeien en dat ook de vluchtelingen uit de Oekraïne in 2024 nog extra aandacht zullen vragen (een deel zal blijven, een deel gaat terug). In hoeverre crisisnoodopvang in 2024 nog nodig zal zijn, valt nu niet te overzien. Onder de nieuwkomers bevinden zich ook kinderen (schatting: 40 %) en zodra deze kinderen een verblijfstatus hebben gekregen en in de gemeentelijk basisadministratie zijn opgenomen ontvangen deze kinderen reguliere Jeugdgezondheidszorg. We analyseren momenteel de impact van de groeiende instroom van nieuwkomers op de GGD en komen zo nodig met een financieringsvoorstel. De reguliere instroom van asielzoekers komt via Ter Apel terecht in een COA-locatie in onze regio. De diensten die de GGD voor deze groep uitvoert worden door het COA bij de GGD ingekocht (kosten en baten meegenomen bij contracttaken). Momenteel zijn er 5 COA-opvanglocaties in onze regio waarvan het AZC in Budel verreweg het grootst is. De gemeenteraad van Cranendonck heeft aangegeven het AZC in Budel in 2024 te willen beëindigen. Als dit gebeurt dan heeft dat effect op de GGD-begroting (financieel risico).
-Omgevingswet
De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. De GGD bereidt zich samen met gemeenten, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst en Waterschappen voor op deze wet. Zo is er onder verantwoordelijkheid van het vorige GGD-bestuur een regionale paragraaf ‘Ruimte voor gezondheid” ontwikkeld en heeft het voormalige GGD-bestuur de GGD diensten- en productencatalogus omgevingswet vastgesteld. Samen met de andere Brabantse GGD’en is een Brabantse Omgevingsscan (Bros) ontwikkeld (Brabantse Omgevings Scan), is een lijst gemaakt wanneer de GGD te betrekken bij omgevingsvergunningen en wordt momenteel gewerkt aan een digitaal portaal waar standaard GGD-adviezen te vinden zullen zijn en waar gemeenten adviesaanvragen op maat kunnen indienen. De GGD stelt de gezondheid van burgers centraal bij het inrichten van de ruimte. In de omgevingswet is het belang van gezondheid goed verankerd. In artikel 1 van de wet is bepaald dat de wet gericht is op een veilige en gezonde leefomgeving te vervulling van maatschappelijke behoeften en dat bij het toedelen van functies aan locaties rekening moet worden gehouden met het belang van het beschermen van gezondheid. En in artikel 3 is bepaald dat er bij de omgevingsvisie rekening gehouden moet worden met het voorzorgbeginsel en het preventiebeginsel. In de huidige Wet Publieke Gezondheid is bepaald (art. 2) dat het college van B&W bij bestuurlijke beslissingen gezondheidsaspecten moet bewaken en dat, voordat er besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheid, het college advies vraagt aan de GGD. Voor de GGD zitten er twee belangrijke aspecten aan de leefomgeving: deze moet de gezondheid beschermen en gezond gedrag bevorderen. De 25 GGD’en in Nederland hebben drie kernwaarden bepaald en uitgewerkt: een gezonde leefomgeving, gezonde gebouwen en gezonde mobiliteit (fietsen en wandelen boven autoverkeer). In de Kadernota 2024 heeft de GGD reeds aangekondigd dat de Omgevingswet een taakuitbreiding voor de GGD met zich meebrengt. De GGD verwacht door gemeenten betrokken te worden bij omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen.
Risico's
De omvang van de algemene reserve/weerstandsvermogen van de GGD BZO neemt de laatste jaren weer langzaam toe, maar is gezien de omvang van de risico’s en exploitatie- omvang nog vrij beperkt. De risico-inventarisatie van begin 2022 resulteerde in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.400.000,- voor het Programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.500.000,- voor het Programma Ambulancezorg. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot dat bedrag hoeft te worden aangevuld, en dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR hiervoor leidend zijn. Gegeven de verwachte omzet 2024 is voor beide programma’s inmiddels een hogere trede in de staffel van toepassing; voor PG is een bandbreedte van toepassing van € 2.000.000 tot € 2.400.000 en voor AZ van € 1.500.000,- tot € 2.000.000,-. In de 4GR-notitie is ook vastgesteld dat dit een kaderstellende bandbreedte is. Dit betekent dat het aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten wordt of die bandbreedte ook volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie- specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een lager weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van hogere omvang niet uit die algemene reserve kunnen worden opgevangen. De verwachting is dat Algemene Reserves in de komende jaren vanuit reguliere exploitatiesaldi op het gewenste minimum niveau kunnen worden gebracht.
In de jaarrekening worden telkens alle geïnventariseerde risico’s uitgebreid beschreven, als belangrijkste nieuwe of toegenomen risico’s worden nu geïdentificeerd:
- Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden.
- Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, cybercrime en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek covid), de geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG als AZ beheert, wordt de omvang van dit risico hoger ingeschat.
- O.a. vanwege de nog af te sluiten nieuwe CAO per 2023, is het risico van stijging van de salariskosten boven de indexering actueel, hoewel de verwachting is dat gemeenten dit gezien de omvang zullen compenseren.
- De Corona-, M-Pox en Oekraïne-crises maken duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben. Veelal zal het Rijk de kosten daarvan echter vergoeden, zoals ze nu ook voor de genoemde crises heeft toegezegd; de daarvoor toegekende vergoedingsregeling vanuit VWS geeft op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een verslechterde algemene gezondheidssituatie van de burgers in onze regio.
Afbreukrisico van geen deelname
Geen behartiging van onze belangen op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD.
Alternatieven voor geen deelname
Het zoeken naar andere instanties die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg. Volledig afzien van geen deelname is geen reële optie i.v.m. de in de Wet Publieke Gezondheid opgenomen eis dat de gemeente een GGD in stand moet houden.
Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging
Deelname aan het Dagelijks bestuur, Algemeen Bestuur en commissies door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Dagelijks bestuur, Algemeen bestuur en financiële commissie lid: wethouder M. Sanders-de Jonge.
Frequentie van terugkoppeling naar de raad
Jaarlijks structureel naar de raad voor begroting / jaarrekening ; daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.