Meer
Publicatiedatum: 12-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiering

Inleiding

Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Geldrop-Mierlo de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren.

De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

Interne- en externe ontwikkelingen

Extern
De ECB blijft in de komende twaalf maanden een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven blijven op een zeer laag niveau. (BNG sept 2020)

 

Intern
Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV:

Renteschema %
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00%
Rente grondexploitatie 0,66%
Rente activa 0,50%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Stap Renteschema 2021 2022 2023 2024
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering 799 789 780 771
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig 31 29 27 24
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering -25 -25 -25 -25
De externe rentebaten -239 -237 -235 -233
1 Saldo rentelasten en rentebaten 566 556 547 537
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -113 -93 -30 27
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0 0 0 0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -31 -29 -27 -24
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -144 -122 -57 3
3 Rente over eigen vermogen 0 0 0 0
3 Rente voorzieningen 3 3 3 3
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3) 425 438 493 542
5 De aan taakvelden toegerekende rente -607 -640 -637 -635
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5) -182 -202 -144 -93

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld Treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte

Op basis van de begroting 2021 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld.

2021 2022 2023 2024
Activa 143.110 145.146 143.983 142.822
Grondexploitatie 17.197 14.174 4.708 1.351
Geldleningen* -81.926 -79.026 -76.124 -73.219
Reserves en voorzieningen -56.203 -55.398 -58.189 -62.956
22.178 24.896 14.377 7.998

* Dit is de huidige leningenportefeuille

Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van ruim € 25 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld en langlopende geldleningen

 

Beleidsvoornemen financiering
Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

 

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld, en moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving 2021
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 115.582
Percentage regeling 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 9.825
Vlottende korte schuld
opgenomen gelden korter dan 1 jaar 9.000
Schuld in rekening courant 0
Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar 126
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0
2 Totaal vlottende korte schuld 9.126
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 4
Tegoeden in rekening courant 2.562
Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar 13
3 Totaal vlottende middelen 2.580
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) 6.546
Ruimte (+) / Overschrijdingen (-) (1-4) 3.278

Voor 2021 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de maximale bovengrens van de kasgeldlimiet.

 

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

Stap Omschrijving 2021 2022 2023 2024
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 2.900 2.902 2.905 2.907
3 (1+2) Renterisico 2.900 2.902 2.905 2.907
4 Begrotingstotaal 115.582 112.963 113.376 115.745
5 Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 23.116 22.593 22.675 23.149
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 20.216 19.690 19.771 20.242

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm

Kredietrisicobeheer

Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

De gemeente heeft in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. Deze hebben onder andere betrekking op de verstrekte leningen in het kader van de publieke taak, zoals de startersleningen. Deze leningen zijn afgesloten onder Nationale Hypotheek Garantie. Dit betekent dat de aflossing bij gedwongen verkoop altijd gegarandeerd is.

Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet als volgt uit: 

Opgenomen langlopende leningen
Leningverstrekker Looptijd van Looptijd t/m Rente Oorspronkelijk 1-1-2021 31-12-2021
Prov NB 2018 2033 1,13% 1.211 1.061 985
Prov NB 2018 2033 1,18% 908 796 739
Prov NB 2019 2034 1,28% 606 569 531
Prov NB 2019 2034 1,33% 303 284 266
BNG 2020 2025 -0,10% 25.000 25.000 25.000
BNG 2020 2040 0,23% 54.215 54.215 51.505
82.243 81.926 79.026