Meer
Publicatiedatum: 12-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'.
Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
 

Coronavirus

Met de coronacrisis is bevestigd dat een ongekende crisis realiteit kan worden. Een pandemie is in deze paragraaf al langer gekwalificeerd als risico. Daarmee moet ook in de toekomst rekening gehouden worden.
Het benodigde weerstandsvermogen is niet veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Een belangrijke reden daarvoor is dat het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten financieel niet de dupe mogen worden van de huidige coronacrisis.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's

In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn:

  • De gemeenteraad wordt via de planning- en control documenten geïnformeerd over de 10 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd, indien nodig via raadsvoorstellen, bij projecten (> € 200.000,-) waar relevante risico’s worden gelopen;
  • De ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening;
  • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten;
  • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1);
  • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

Inventarisatie van de risico's

In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren, werken we met klassengemiddelden. Deze gemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening:

Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€)

 

Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico's zich tegelijk manifesteren, wordt hierbij gerekend met een zekerheidspercentage van 90%.

Risico Kans (%) Gevolg (€) Risicowaarde (€)
1) Participatiewet exact bedrag 1.137.432
De uitvoering van de Participatiewet is sinds 2016 neergelegd bij Senzer via de Gemeenschappelijke Regeling WADP. De omvang en het niet realiseren van gestelde doelen van het uitkeringsbestand zijn een risico. Om de begrote tekorten van Senzer af te dekken wordt een aanvullende gemeentelijke bijdrage gevraagd. Daarnaast zijn de reserves van Senzer volledig ingezet, waardoor Senzer risico's nu en in de nabije toekomst niet zelf kan opvangen. De totale risicowaarde wordt via de verdeelsleutel bij de deelnemende gemeenten gelegd. Voor Geldrop-Mierlo is dit in 2021 € 1.137.432.
2) Wmo/Jeugd - - 1.000.000
Wmo en Jeugd zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. De uitgaven jeugdzorg lijken na jaren van stijging enigszins stabiel te zijn. De uitgaven Wmo nemen mede vanwege de invoering van het abonnementstarief toe.
3) Attero 281.700
Formeel hebben de gewesten in Brabant een contract met Attero over het verbranden van afval. In dit contract is een minimum hoeveelheid opgenomen. Vanaf 2011 is deze minimum hoeveelheid niet aangeleverd door de gewesten gezamenlijk. Momenteel ligt er een claim van Attero over 2015 t/m jan 2017. Er is een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie en de gemeenten zijn daarin in het ongelijk gesteld. Er is een factuur van 6.1 miljoen als naheffing gestuurd naar de MRE. Deze factuur is door het MRE betaald. Inmiddels is vanuit de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. Een uitspraak wordt eind 2020 verwacht. In de tussenliggende periode wordt dit bedrag nog niet verrekend met de gemeenten. Over die verrekening bestaat namelijk binnen het MRE onenigheid tussen de gemeenten. De niet-diftar-gemeenten staan op het standpunt dat zij het tekort niet hebben veroorzaakt en dus ook hiervoor niet gaan betalen. Op dit moment is dus nog niet aan te geven hoe de kosten verdeeld zullen worden over de gemeenten. Ook binnen de gewesten bestaat overigens nog onenigheid over de verdeling van de kosten. De discussie hierover wordt verschoven tot na de uitspraak over de vernietigingsprocedure.
4) Kosten nascheidingsinstallatie exact bedrag 252.500
De nascheidingsfabriek is een belangrijk project. De voorkeurstechniek, Renescience op basis van enzymen, heeft zich tot op heden nog niet bewezen. Naar aanleiding van het advies van Cure heeft het Algemeen bestuur besloten om het onderzoek naar deze techniek stop te zetten en door te gaan met onderzoek naar andere technieken. Basisprincipe is hier wel dat zonder nascheiding de doelstellingen van onze gemeenten niet behaald kunnen worden. Het risico bestaat dat de gemaakte voorbereidingskosten voor een nascheidingsinstallatie niet mogen worden meegenomen bij een nieuwe scheidingsinstallatie.
5) Algemene uitkering gemeentefonds 70% 350.000 245.000
Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De geplande herijking van de totale algemene uitkering uit het gemeentefonds is doorgeschoven van 2021 naar 2022. Het doorschuiven van de ingangsdatum geldt zowel voor het deel Sociaal Domein als voor de rest van de algemene uitkering. Er is een onderzoek geweest, waarbij de eerste resultaten laten zien dat de herijking negatief kan uitpakken voor de gemeente. Het kabinet is ook van plan om de Financiële Verhoudingswet te wijzigen. Als tussenvorm tussen de huidige specifieke uitkeringen en de algemene uitkering wil men gerichte uitkeringen introduceren. Bij gerichte uitkeringen moet informatie verstrekt worden over het behalen van de vooraf gestelde doelen. Als onderdeel van het compensatiepakket Coronamaatregelen zijn VNG en de Fondsbeheerders overeengekomen de accressen 2020 en 2021 te fixeren op de stand van de meicirculaire 2020. Voor die jaren staat de afrekening dus min of meer vast. Het voorbehoud dat is gemaakt voor onverwachte grote afwijkingen van de werkelijkheid en deze standen mag niet te groot zijn. Bevriezen komt tegemoet aan de wens van rust en stabiliteit van de algemene uitkering.
6) Inkoop 70% 350.000 245.000
- Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut.
7) Cybercriminaliteit 30% 750.000 225.000
Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacy risico's. De kans hierop neemt toe, er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts.
8) Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei exact bedrag 128.520
De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.
9) Vennootschapsbelasting 30% 350.000 105.000
Op basis van de nu bekende uitgangspunten worden voorlopige- en definitieve aangiftes gedaan. Dit houdt het risico in dat de voorlopige aangifte afwijkt van de definitieve aangifte.
10) Belastingaangifte 30% 350.000 105.000
De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, BTW aangiften, opgave BTW compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid.
Subtotaal top 10 3.725.152
Overige risico's 784.670
Totaal 4.509.822
Totaal op basis van 90% zekerheidspercentage 4.058.840

Wijzigingen

Ten opzichte van de jaarrekening 2019 zijn er slechts minimale wijzigingen in de top 10.

Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden.

Incidentele weerstandscapaciteit Begroting 2021
Algemene reserve 3.500.000
Inkomensreserve 1.649.741
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves 727.810
Stille reserves -
Structurele weerstandscapaciteit 5.877.551
Post onvoorzien 57.500
Totale weerstandscapaciteit 5.935.051

Weerstandsvermogen

Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald:

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit

De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt vastgesteld:

Ratio weerstandsvermogen = € 5.935.051,- / € 4.058.840,- = 1,46

Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 1,46 voldoende is om de risico’s op te vangen.

Ontwikkeling weerstandsvermogen

De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen.

Met een weerstandsratio van 1,46 is het weerstandsvermogen van Geldrop-Mierlo voldoende. Echter de ratio neemt al jaren af. Dit wordt vooral veroorzaakt door het afnemen van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Ontwikkeling weerstandsvermogen

 

Weerstandsvermogen Grondbedrijf
In de paragraaf grondbeleid is het weerstandsratio voor het grondbedrijf becijferd op 81% (0,81 is code groen). Hierbij is rekening gehouden met een claim op/onttrekking aan de Reserve Grondexploitaties van € 4,7 miljoen als cofinanciering voor de subsidieaanvraag woningbouwimpuls. Mocht deze subsidie niet toegekend worden dan vervalt deze claim/onttrekking.

Totale weerstandsvermogen
Als we het weerstandsvermogen voor de totale organisatie bepalen resulteert dat in een weerstandsratio van 1,01. Mocht de subsidietoekenning niet doorgaan dan hoeft er geen rekening gehouden te worden wordt met een onttrekking van € 4,7 miljoen. Het weerstandratio voor de totale organisatie stijgt dan naar 1,55 en die van het Grondbedrijf naar 163% (1,63).

Financiële kengetallen

Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken.

De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden:

  • netto schuldquote;
  • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • solvabiliteitsratio;
  • grondexploitatie;
  • structurele exploitatieruimte;
  • belastingcapaciteit.

 

Sturen met financiële kengetallen

Uitgangspunten
Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2020 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2020-2023. De kengetallen voor 2021-2024 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting.

Omschrijving Realisatie Begroting
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Netto schuldquote 58% 57% 70% 52% 90% 92% 80% 70%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 40% 43% 57% 41% 82% 87% 75% 66%
Solvabiliteitsratio 40% 37% 29% 31% 24% 23% 26% 29%
Grondexploitatie 31% 23% 17% 10% 15% 13% 4% 1%
Structurele exploitatieruimte -9% -3% 2% -1% 0% -2% 0% 0%
Belastingcapaciteit 71% 73% 78% 83% 83% 83% 83% 83%

Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.

Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

De verwachting is dat de netto schuldquote flink gaat stijgen. Dit komt doordat er een extra lening van € 25 miljoen is aangetrokken en de herfinanciering van de huidige leningenportefeuille heeft plaatsgevonden.

 

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.

Dit kengetal stijgt langzaam omdat het balanstotaal daalt en het eigen vermogen stijgt.

 

Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek laat de grondexploitatie een daling zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bouwgrond in exploitatie afneemt. Dit is een positieve trend, omdat hiermee de grondexploitatierisico’s aanzienlijk dalen.

 

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.

In 2021 is de structurele exploitatieruimte 0%. Hiermee zijn de structurele baten dekkend ten opzichte van de structurele lasten.

 

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven.

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten.

De belastingcapaciteit is gestegen naar 83%. Ondanks de stijging is de belastingcapaciteit fors lager dan het landelijk gemiddelde dat op 100% is gesteld.

 

Conclusie
Er is sprake van een stijging van de netto schuldquote, dit komt onder andere door de herfinanciering van de huidige leningenportefeuille. Het kengetal solvabiliteitsratio klimt langzaam op naar het niveau van de jaarrekening 2019. Verder is er een verlaging van de grondpositie, dit kan als positief worden bestempeld.