Meer
Publicatiedatum: 24-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen;
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies;
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2019 als volgt aangepast:

  • OZB: de tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%. Bij de berekening is uitgegaan van een jaarlijkse areaaluitbreiding. Daarnaast is er rekening mee gehouden dat de totale opbrengst niet beïnvloed wordt door de gemiddelde WOZ-waardestijging of -daling van de objecten.
  • Afval: het vastrecht is verhoogd van € 94,00 naar € 112,80 en het variabele tarief voor de ledigingen is met gemiddeld 19% verhoogd ten opzichte van 2018.
  • Riolering: de tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1% en met een extra verhoging van 1,6% om op de lange termijn kostendekkende tarieven te hebben, waarbij de doelstelling is om grote tariefstijgingen in de toekomst te voorkomen.
  • Toeristenbelasting: het tarief bleef op het niveau van 2018.
  • Hondenbelasting: het tarief voor de hondenbelasting is met ingang van 2019 verlaagd van € 55,80 naar € 48,60.
  • Leges: de tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%.

Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven heeft plaats gevonden door
vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 10 december 2018.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB):

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De tarieven voor 2019 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvende opbrengst. Alleen de areaaluitbreiding en de inflatiecorrectie leiden tot een hogere opbrengst.

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten

De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor krachtens artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De gemeente Geldrop-Mierlo werkt in de laagbouw met een systeem van afvalverwijdering via grijze (restafval) en groene (GFT) bakken. De hoogte van de heffing hangt naast een vastrecht af van het aantal ledigingen en het volume van de containers waarvoor de belastingplichtige zelf heeft gekozen (gedifferentieerd tarief). Bij de hoogbouw (gestapelde bouw en in het centrum van Geldrop) maken de bewoners en huurders van niet-woningen gebruik van ondergrondse containers. Vanaf 2015 is hiervoor het diftarsysteem opnieuw ingevoerd. De hoogte van de heffing bij deze groep bewoners c.q. gebruikers vindt, naast het vastrecht, plaats op basis van het aantal keren dat van de ondergrondse container gebruik is gemaakt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar een inworp van een pedaalemmer zak (25 liter) of een vuilniszak (40 liter).

Met betrekking tot de afvalstoffenheffing is het beleid dat de tarieven kostendekkend zijn. De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing bedroeg in 2019 € 3.777.600,-.

Er is in 2019 sprake van een tekort op de gesloten exploitatie Afval die niet kan worden opgevangen door de voorziening Afvalstoffenheffing (meer lasten dan baten). Dit tekort komt ten laste van de algemene middelen. Hiervoor verwijzen wij u naar de tabel in het onderdeel 'kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing'. 

Rioolheffing

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

De kosten voor verbetering, vervanging, beheer en onderhoud van het rioolstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. Deze belasting wordt geheven van de gebruikers van woningen en niet-woningen vanwege het lozen van afvalwater en hemelwater op de riolering. De in principe kostendekkende tarieven zijn gebaseerd op het (in voorbereiding zijnde) Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022.

Bij de invoering van de verbrede rioolheffing is de mogelijkheid geboden om naast de kosten van afvalwater ook de kosten van verwerking en afvoer van hemelwater in de rioolheffing te betrekken. Voor het afvoeren van hemelwater zijn en worden ook investeringen gedaan. Het afvalwater heeft een minimaal aandeel in de totale hoeveelheid water die verwerkt/afgevoerd wordt via de riolering. Het overgrote deel betreft hemelwater maar dit moet mede in relatie gezien worden tot het weer. In de komende jaren gaan we veel klimaat adaptieve maatregelen nemen. Hiervoor zijn grote investeringen vereist.

Kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren.
Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

Dekkendheid rioolheffing 2019
Riolering taakveld 7.2
Beheer en onderhoud riolering 967.414
Kapitaallasten 1.376.823
Mutatie voorziening 466.865
Totaal kosten riolering taakveld 7.2 2.811.102
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 162.418
Kwijtschelding taakveld 6.3 136.053
Straatreiniging taakveld 2.1 108.693
Watertaken taakveld 5.7 143.757
BTW taakveld 0.11* 382.342
Totaal toerekenbaar 933.263
Totaal lasten 3.744.365
Opbrengst rioolheffing 3.729.526
Overige opbrengsten 14.839
Baten totaal taakveld 7.2 3.744.365
Dekkendheidspercentage riool 100%
*De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en is tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd. Dit geldt ook voor de exploitatie afval.
Dekkendheid afvalstoffenheffing 2019
Afval taakveld 7.3
Lasten milieustraat 1.240.006
Lasten overige afvalstromen 3.071.886
Kapitaallasten 84.709
Mutatie voorziening* 0
Totaal kosten afval taakveld 7.3 4.396.601
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 70.907
Kwijtschelding taakveld 6.3 161.924
Straatreiniging taakveld 2.1 108.693
BTW taakveld 0.11 827.661
Totaal toerekenbaar 1.169.185
Totaal lasten 5.565.786
Baten afvalstoffenheffing 3.777.600
Baten milieustraat 677.957
Baten overige afvalstromen 770.652
Baten totaal taakveld 7.3 5.226.209
Dekkendheidspercentage afval 94%
*Aangezien de voorziening Afval € 0,- bedraagt is het tekort van € 339.577,- ten laste van de algemene dienst gebracht.

Leges

Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven.
De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie.

Kostendekkendheid leges

Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven en heffingen op begrotingsbasis inzichtelijk te maken. Op begrotingsbasis moet worden duidelijk gemaakt dat de tarieven hoogstens kostendekkend zijn. Hiervoor verwijzen we naar de paragraaf in de meerjarenbegroting 2019-2022.

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als de riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie.

Kostendekkendheid leges
Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden.

Per hoofdstuk is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len). Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren.

In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 1 Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand -163.342 138.796 107.692 38.887 57%
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten -180.033 188.366 146.153 - 54%
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen -223.004 148.710 115.384 62.681 68%
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen -11.144 208.194 161.537 - 3%
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken - 9.914 7.692 - 0%
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie - 9.914 7.692 - 0%
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken -17.501 89.226 69.230 9.918 10%
Hoofdstuk 10 Gemeentearchief - - - - -
Hoofdstuk 11 Huisvestingswet - - - - -
Hoofdstuk 12 Leegstandwet - - - - -
Hoofdstuk 16 Kansspelen -493 9.914 7.692 - 3%
Hoofdstuk 17 Telecommunicatie, kabels en leidingen -65.776 19.828 15.385 70.506 62%
Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer -12.673 19.828 15.385 - 36%
Hoofdstuk 19 Kinderopvang -3.201,00 9.914 7.692 - 18%
Hoofdstuk 20 Diversen -1.973 59.484 46.154 - 2%
Totaal titel 1 -679.139 912.088 707.688 181.992 38%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen - - - - -
Hoofdstuk 2 Principe verzoek / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag - - - - -
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning -761.838 403.002 312.690 42.587 100%
Hoofdstuk 4 Vermindering - - - - -
Hoofdstuk 5 Teruggaaf - - - - -
Hoofdstuk 6 lntrekking omgevingsvergunning - - - - -
Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project - - - - -
Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten - - - - -
Hoofdstuk 10 Sloopmelding - - - - -
Hoofdstuk 11 In deze titel niet benoemde beschikking - - - - -
Totaal titel 2 -761.838 403.002 312.690 42.587 100%

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1 Horeca -2.466 9.914 7.692 - 14%
Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten -4.932 49.570 38.461 1.261 6%
Hoofdstuk 3 Seksbedrijven - - - - -
Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte - - - - -
Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen - 9.914 7.692 - 0%
Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet - 9.914 7.692 - 0%
Hoofdstuk 7 ln deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking - - - - -
Totaal titel 3 -7.397 79.312 61.538 1.261 5%

Parkeerbelasting

De parkeerbelasting is van toepassing op het centrum van Geldrop. De werkelijke opbrengst in 2019 bedroeg € 393.866,-. Dit is het totaal van parkeergelden (€ 358.797,-), leges invalide parkeerkaarten (€ 12.546,-) en de naheffingsaanslagen (€ 22.523,-).


Toeristenbelasting

Toeristenbelasting wordt geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. In 2019 is het tarief gelijk gehouden aan het tarief van 2018 (€ 1,46 per persoon per overnachting). De opbrengsten uit toeristenbelasting in 2019 bedragen € 642.658,-.

Lijkbezorgingsrechten

Een klein deel van de begraafplaats ’t Zand in Geldrop is de algemene begraafplaats van de gemeente. De ontvangen lijkbezorgingsrechten hebben betrekking op deze begraafplaats en bedragen € 8.696,- in 2019.

Marktgelden

Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt of van degene aan wie een standplaats is toegewezen op de wekelijkse warenmarkt. Het totaal van de werkelijke opbrengsten is in 2019 € 20.002,- en bestaat uit de huur voor de vaste standplaatsen (€ 16.308,-) en doorberekende energiekosten (€ 3.694,-).

Hondenbelasting

De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor de uitgaven hondenbeleid en handhaving hondenbeleid. Aan het einde van het jaar wordt het overschot of het tekort op de inkomsten verrekend met de reserve Hondenbeleid. Wanneer de inkomsten hoger zijn geweest dan de uitgaven in een bepaald jaar, dit wordt toegevoegd aan de reserve en andersom. De tarieven voor 2019 zijn ten opzichte van 2018 verlaagd van € 55,80 naar € 48,60. De opbrengsten uit hondenbelasting zijn in 2019 € 208.310,-.

Reclamebelasting

Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds. Het tarief van de reclamebelasting is in 2019 verhoogd met de inflatiecorrectie (2,1%). De opbrengsten uit reclamebelasting zijn in 2019 € 97.911,-.

Kwijtscheldingsbeleid

Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding.
De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend.
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan.
Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • OZB;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing.

Overzicht tarieven

2017 2018 2019
OZB eigenaar woning 0,0818% 0,0803% 0,0781%
OZB eigenaar niet-woning 0,1506% 0,1523% 0,1540%
OZB gebruiker niet-woning 0,1225% 0,1238% 0,1251%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar) 93,00 94,00 112,80
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval 4,10 4,15 5,10
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval 6,90 7,00 8,65
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval 11,20 11,30 13,90
Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds 1,50 1,50 1,80
Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds 2,35 2,40 2,95
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval 2,05 2,05 2,60
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval 3,45 3,50 4,45
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval 5,60 5,65 7,25
Rioolheffing < 200 m3 169,80 174,60 181,20
Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3 226,20 232,80 241,20
Rioolheffing > 500 m3 226,20 232,80 241,20
Toeristenbelasting 1,46 1,46 1,46
Hondenbelasting per hond 55,80 55,80 48,60
Hondenbelasting per kennel 236,40 236,40 205,80

Vergelijking buurgemeenten

In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2019 (afgerond op hele euro's).

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning 0,0894% 0,1412% 0,1247% 0,0941% 0,0781%
OZB eigenaar niet-woning 0,1506% 0,2297% 0,2922% 0,1716% 0,1540%
OZB gebruiker niet-woning 0,1346% 0,1844% 0,2269% 0,1369% 0,1251%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden) 205 309 276 238 300
Rioolheffing 153 219 199 169 181

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).

Ontwikkeling lokale lastendruk

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter.

Jaar 2017 2018 2019
WOZ-waarde 215.000 226.000 241.000
Wijziging WOZ-waarde 5,12% 6,64%
OZB 176 181 188
Afvalstoffenheffing 169 171 208
Rioolheffing 170 175 181
Totaal 515 527 577
Lastenontwikkeling 2,30% 9,50%