Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Inleiding
Terug naar navigatie - InleidingAls laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Op het moment dat de gemeenteraad deze jaarstukken 2019 vaststelt (29 juni 2020) is er sprake van een wereldwijde crisis door het coronavirus (COVID-19). Voor de risico’s, zie “gebeurtenis na balansdatum” bij “Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling” en voor de operationele maatregelen, zie de paragraaf Bedrijfsvoering onder “Coronavirus”.
De belangrijkste gevolgen voor zover deze op dit moment zijn in te schatten zijn:
• de extra uitvoeringskosten voor de aanvullende maatregelen vanuit het rijk;
• de extra bijstandsuitgaven;
• de extra uitgaven voor aanvullende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk te beperken;
• de extra uitgaven om de economische schade zoveel mogelijk te beperken;
• in hoeverre de gemeente vanuit het rijk hiervoor gecompenseerd worden.
We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen.
In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn:
In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren, werken we met klassengemiddelden. Deze gemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening:
Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€)
Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico's zich tegelijk manifesteren, wordt hierbij gerekend met een zekerheidspercentage van 90%.
Risico | Kans (%) | Gevolg (€) | Risicowaarde (€) |
---|---|---|---|
1) Participatiewet | exact | bedrag | 1.169.000 |
De uitvoering van de Participatiewet is sinds 2016 neergelegd bij Senzer via de Gemeenschappelijke Regeling WADP. De omvang en het niet realiseren van gestelde doelen van het uitkeringsbestand zijn een risico. De begroting 2020 is door de Provincie afgekeurd. In de herstelbegroting worden de reserves volledig ingezet, waardoor Senzer de eigen risico's niet op kan vangen. De totale risicowaarde wordt daarom via de verdeelsleutel bij de deelnemende gemeenten belegd. Voor Geldrop-Mierlo is dat € 1.169 miljoen. | |||
2) Wmo/Jeugd | - | - | 1.000.000 |
Wmo en Jeugd zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. De uitgaven jeugdzorg lijken na jaren van stijging enigszins stabiel te zijn. De uitgaven Wmo nemen mede vanwege de invoering van het abonnementstarief toe. Jeugdhulp kan worden toegewezen door medische verwijzers. De gemeente heeft dan geen zicht/grip op het proces. | |||
3) Attero | exact | bedrag | 281.700 |
Formeel hebben de gewesten in Brabant een contract met Attero over het verbranden van afval. In dit contract is een minimum hoeveelheid opgenomen. Vanaf 2011 is deze minimum hoeveelheid niet aangeleverd door de gewesten gezamenlijk. Momenteel ligt er een claim van Attero over 2015 t/m jan 2017. Er is een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie en de gemeenten zijn daarin in het ongelijk gesteld. Er is een factuur van 6.1 miljoen als naheffing gestuurd naar de MRE. Deze factuur is door het MRE betaald. Inmiddels is vanuit de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. Een uitspraak wordt eind 2020 verwacht. In de tussenliggende periode wordt dit bedrag nog niet verrekend met de gemeenten. Over die verrekening bestaat namelijk binnen het MRE onenigheid tussen de gemeenten. De niet-diftar-gemeenten staan op het standpunt dat zij het tekort niet hebben veroorzaakt en dus ook hiervoor niet gaan betalen. Op dit moment is dus nog niet aan te geven hoe de kosten verdeeld zullen worden over de gemeenten. Ook binnen de gewesten bestaat overigens nog onenigheid over de verdeling van de kosten. De discussie hierover wordt verschoven tot na de uitspraak over de vernietigingsprocedure. | |||
4) Productie-installatie | exact | bedrag | 261.000 |
Cure is in 2019 gestart met de aanbesteding van een productie-installatie. Reden hiervoor was om de verkregen SDE-subsidie veilig te stellen omdat we door trage voortgang van het onderzoek naar de nascheidingsfabriek de deadline dreigden te overschrijden. De kern van de aanbesteding was een standalone productie-installatie te verkrijgen die later gekoppeld zou kunnen worden aan een nascheider. Op basis van een advies van Cure heeft het bestuur besloten niet over te gaan tot gunning. | |||
5) Algemene uitkering gemeentefonds | 70% | 350.000 | 245.000 |
Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De geplande herijking van de totale algemene uitkering uit het gemeentefonds is doorgeschoven van 2021 naar 2022. Het doorschuiven van de ingangsdatum geldt zowel voor het deel Sociaal Domein als voor de rest van de algemene uitkering. Er is een onderzoek geweest, waarbij de eerste resultaten laten zien dat de herijking negatief kan uitpakken voor de gemeente. Het kabinet is ook van plan om de Financiële Verhoudingswet te wijzigen. Als tussenvorm tussen de huidige specifieke uitkeringen en de algemene uitkering wil men gerichte uitkeringen introduceren. Bij gerichte uitkeringen moet informatie verstrekt worden over het behalen van de vooraf gestelde doelen. | |||
6) Inkoop | 70% | 350.000 | 245.000 |
- Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. | |||
7) Cybercriminaliteit | 30% | 750.000 | 225.000 |
Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacy risico's. De kans hierop neemt toe, er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts. | |||
8) Nascheidingsfabriek | exact | bedrag | 141.000 |
Ook in 2019 is de Nascheidingsfabriek een belangrijk project geweest. Helaas hebben we moeten constateren dat de voorkeurstechniek, Renescience op basis van enzymen, zich tot op heden nog niet heeft bewezen. Naar aanleiding van het advies van Cure heeft het Algemeen bestuur hierom besloten om het onderzoek naar deze techniek stop te zetten en door te gaan naar het onderzoek naar andere technieken. Basisprincipe is hier wel dat zonder nascheiding de doelstellingen van onze gemeenten niet behaald kunnen worden. | |||
9) Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei | exact | bedrag | 128.520 |
De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. | |||
10) Vennootschapsbelasting | 30% | 350.000 | 105.000 |
Op basis van de nu bekende uitgangspunten worden voorlopige- en definitieve aangiftes gedaan. Dit houdt het risico in dat de voorlopige aangifte afwijkt van de definitieve aangifte. | |||
Subtotaal top 10 | 3.801.220 | ||
Overige risico's | 1.029.250 | ||
Totaal | 4.830.470 | ||
Totaal op basis van 90% zekerheidspercentage | 4.347.423 |
Ten opzichte van de begroting 2020 is de totale risicowaarde met ruim € 1,4 miljoen toegenomen.
De belangrijkste wijzigingen zijn:
De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden.
Incidentele weerstandscapaciteit | Jaarrekening 2019 |
---|---|
Algemene reserve | 3.500.000 |
Inkomensreserve | 3.052.000 |
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves | 722.000 |
Stille reserves | - |
Structurele weerstandscapaciteit | 7.274.000 |
Post onvoorzien | 77.500 |
Totale weerstandscapaciteit | 7.351.500 |
Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald:
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit
De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt vastgesteld:
Ratio weerstandsvermogen = € 7.351.500,- / € 4.347.423,- = 1,69
Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 1,69 toereikend is om de risico’s op te vangen.
Ontwikkeling weerstandsvermogen
De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief een prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen.
Met een weerstandsratio van 1,69 is het weerstandsvermogen van Geldrop-Mierlo goed. Echter de ratio neemt al jaren af. Dit wordt vooral veroorzaakt door het afnemen van de beschikbare weerstandscapaciteit.
Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken.
De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden:
Uitgangspunten
Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2020 tot en met 2023 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2020-2023.
Omschrijving | Realisatie | Begroting | |||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | |
Netto schuldquote | 58% | 57% | 70% | 52% | 64% | 56% | 42% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 40% | 43% | 57% | 41% | 54% | 46% | 32% |
Solvabiliteitsratio | 40% | 37% | 29% | 31% | 29% | 30% | 35% |
Grondexploitatie | 31% | 23% | 17% | 10% | 1% | -10% | -18% |
Structurele exploitatieruimte | -9% | -3% | 2% | -1% | -1% | 0% | 2% |
Belastingcapaciteit | 71% | 73% | 78% | 83% | 83% | 83% | 83% |
Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.
Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).
De nettoschuldquote is gestegen doordat er in vergelijking met vorig jaar € 27 miljoen aan kasgeldleningen zijn aangetrokken.
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.
Dit kengetal is gedaald ten opzichte van 2018 omdat er in 2019 een negatief resultaat is geboekt.
Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek laat de grondexploitatie een daling zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bouwgrond in exploitatie afneemt. Dit is een positieve trend, omdat hiermee de grondexploitatierisico’s aanzienlijk dalen.
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.
In 2019 is de structurele exploitatieruimte 2%. Dit komt onder andere door een hoge incidentele last van het sociaal domein.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven.
Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten.
De belastingcapaciteit is gestegen naar 78%. Ondanks de stijging is de belastingcapaciteit fors lager dan het landelijk gemiddelde dat op 100% is gesteld.
Conclusie
Er is sprake van een negatief resultaat in 2019 hierdoor is het kengetal solvabiliteitsratio verslechterd. Verder is er een verlaging van de grondpositie in de jaarrekening 2019, dit kan als positief worden bestempeld.