Meer
Publicatiedatum: 19-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Stand van zaken na de uitgangspuntennotitie

Stand van zaken na de uitgangspuntennotitie

Het college heeft de Uitgangspuntennotitie gebruikt als startpunt voor het opstellen van de voorliggende Meerjarenbegroting. Vervolgens is de begroting herrekend op een aantal onderdelen, zoals o.a. het overzicht van investeringen, het overzicht van reserves en voorzieningen, rente, salarissen en de verdeling van directe salariskosten over taakvelden. Deze aanpassingen hebben wij verwerkt in de primaire begroting en noemen wij "autonome ontwikkelingen". Dit is een "herijking" van de budgetten bestaand beleid.

Autonome ontwikkelingen

De volgende autonome ontwikkelingen zijn verwerkt in de Meerjarenbegroting:

2019 2020 2021 2022
Autonome ontwikkelingen
A. Besluitvorming raad ná Uitgangspuntennotitie -216.205 -400.280 -351.081 -331.174
B. Actualisatie staat van investeringen 487.381 395.083 353.130 -81.520
C. Actualisatie staat van reserves en voorz. -8.479 -8.479 -15.235 11.984
D. Actualisatie staat van salarissen -271.795 -496.147 -646.099 -641.895
E. Berekening diverse gesloten exploitaties 11.850 46.739 53.910 69.146
F. Div. correcties budgetten bestaand beleid 625.878 644.801 656.189 536.873
Totaal 628.630 181.717 50.814 -436.586
- waarvan incidenteel 83.261 23.153 -39.823 -58.357
- waarvan structureel 545.369 158.564 90.637 -378.229
(+/+ is voordeel, -/- is nadeel)

Na doorrekening hiervan is er sprake van een structureel sluitende begroting in meerjarenperspectief. Hieronder volgt een korte toelichting per autonome ontwikkeling.

A. Besluitvorming raad ná Uitgangspuntennotitie
Ná de Uitgangspuntennotitie heeft de raad besluiten genomen die nadelig zijn voor het begrotingssaldo.

Het betreft de volgende besluitvorming:

2019 2020 2021 2022
Raadsbesluiten
Onderzoek naar gasloos gemeentehuis -4.400 -59.793 -57.752 -55.710
Nieuwbouw Strabrecht College 0 -230.000 -230.000 -230.000
1e Bestuursrapportage 2018 Dienst Dommelvallei -211.805 -110.487 -63.329 -45.464
Totaal -216.205 -400.280 -351.081 -331.174
(+/+ is voordeel, -/- is nadeel)

B. Actualisatie overzicht van investeringen
Het overzicht van investeringen is geactualiseerd. De gevolgen van de wijzigingen uit de Jaarrekening 2017 zijn verwerkt. De rekenrente is op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht aangepast van 3% naar 3,5%. Per saldo leidt deze actualisatie tot een positief resultaat. Dit komt onder meer doordat:
1. Een aantal investeringen is doorgeschoven in de tijd. Hierdoor starten de kapitaallasten op een later moment dan waarmee in de begroting is gerekend.
2. Er voortaan meerjarig afgeschreven wordt op de investeringen van groenreconstructies en speelvoorzieningen. De begrotingsregels schrijven namelijk voor dat deze investeringen (in maatschappelijk nut) niet meer in één keer ten laste gebracht mogen worden van de exploitatie (= het jaarlijkse huishoudboekje van de gemeente). Vanaf nu komen de kapitaallasten van de investering (afschrijving en rente) ten laste van de exploitatie. Deze jaarlijkse kosten zijn echter lager dan het volledige bedrag ineens, omdat de investeringslasten voortaan verspreid worden over de (economische) levensduur ervan.
3. Het nieuw beleid op het activiteitenplan van de Meerjarenbegroting van vorig jaar, dat nog niet is gevoteerd door de raad, uit het overzicht van investeringen is gehaald. Deze vraag naar middelen komt bij de komende begrotingsbehandeling opnieuw terug bij de integrale afweging van het nieuw beleid.
Het eerder aangekondigde tekort op het Sociaal Domein van € 700.000,- per jaar is vanaf 2019 al structureel verwerkt in de begroting. Dit geldt ook voor het wegvallen van de jaarlijkse uitbetaling door de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) voor het aandeel in het Hypotheekfonds Noord-Brabantse Gemeenten (HNG). De vaste inkomstenbron van € 232.726,- per jaar hadden wij vanaf 1996 structureel in de begroting opgenomen, maar loopt conform de overeenkomst in 2021 af.

C. Actualisatie overzicht van reserves en voorzieningen
Het overzicht van reserves en voorzieningen is geactualiseerd. Het (geringe) effect hiervan op het begrotingssaldo wordt veroorzaakt door de bijstelling van de begrote onttrekking aan enkele reserves.

D. Actualisatie overzicht van salarissen
Het overzicht van salarissen is geactualiseerd. Per saldo leidt deze actualisatie tot een negatief resultaat. Een belangrijke oorzaak hiervan is het ontbreken in de begroting van de voorgestelde looncompensatie uit de Maartcirculaire. De looncompensatie is vermeld in de 1e Tussentijdse Rapportage 2018 (pagina 10). Door de besluitvorming bij de 1e Tussentijdse Rapportage is dit voor de jaren ná 2018 niet verwerkt in de begroting. Hierdoor is de stelpost Indexering te laag uitgevallen. Met deze autonome ontwikkeling is dit gecorrigeerd. Daarnaast zijn de budgetten ambtsjubilea en wachtgeld voormalige wethouders opgehoogd en de salarisontwikkelingen binnen de diverse afdelingen verwerkt.

E. Berekening diverse gesloten exploitaties
De baten en lasten van alle gesloten exploitaties (afval, riolering, hondenbeleid, recreatie en toerisme en ondernemersinitiatieven) zijn opnieuw doorgerekend. Per saldo leidt dit tot een beperkte wijziging van het begrotingsresultaat.

F. Diverse correcties budgetten bestaand beleid
Er zijn correcties doorgevoerd op de budgetten bestaand beleid. De grootste voordelen komen voort uit:

1. De ruimte onder het plafond Btw Compensatie Fonds (BCF)
Tot en met 2018 is de ruimte onder het plafond BCF, bij wijze van voorschot, onderdeel van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. Met ingang van 2019 wordt hier echter geen rekening meer mee gehouden: het voorschot is niet meegenomen (als voordeel) in de Meicirculaire. Enige tijd was het onzeker of dit voorschot toch als stelpost mocht worden meegenomen in de berekening van de Algemene Uitkering. Omdat de provincie hier eerder geen uitsluitsel over had gegeven hebben wij dit in de Uitgangspuntennotitie achterwege gelaten. Uit een mail van de provincie van 22 juni blijkt echter dat wij dit voorschot (onder voorwaarden) tóch mee mogen nemen als stelpost. Vanaf 2019 resulteert dit in een hogere Algemene Uitkering van € 285.000,- per jaar dan is aangegeven in de Uitgangspuntennotitie.

2. De actualisatie van opbrengsten uit Onroerend Zaak Belasting (OZB)
De begrote opbrengsten uit OZB zijn opgehoogd op basis van de meest recente woningbouwprognoses, leegstand en vrijstellingen.

3. De herziening van de renteontwikkelingen
Volgens de opzet van de nieuwe begrotingsregels zijn de verwachte renteontwikkelingen opnieuw doorgerekend. Uit de laatste berekeningen blijkt dat onze financieringsbehoefte volgend jaar nihil is. Omdat de verwachting is dat er geen aanvullende geldleningen aangetrokken hoeven te worden, zijn de begrote rentekosten naar beneden bijgesteld.

Naast de hiervoor genoemde voordelen zijn er ook correcties met nadelige gevolgen. De grootste hiervan betreft de neerwaartse bijstelling van opbrengsten uit leges van reisdocumenten (paspoorten en identiteitskaarten). Vanaf 2014 werd de geldigheidsduur van reisdocumenten voor volwassenen verlengd van vijf naar tien jaar. Hierdoor krijgen gemeenten vanaf volgend jaar te maken met een forse afname van het aantal aanvragen. Hier was in de begroting nog geen rekening mee gehouden.

Beschikbaar saldo Meerjarenbegroting 2019-2022 t.b.v. nieuw beleid
Na verwerking van de autonome ontwikkelingen is het begrotingssaldo bestaand beleid als volgt:

2019 2020 2021 2022
Saldo begroting bestaand beleid
Saldo in Uitgangspuntennotitie 2019-2022 -505.208 698.377 1.199.708 2.205.987
Autonome ontwikkelingen 628.630 181.717 50.814 -436.586
Totaal 123.422 880.094 1.250.522 1.769.401
- waarvan incidenteel -75.868 -54.838 -375.059 -233.945
- waarvan structureel 199.290 934.933 1.625.581 2.003.346
(voordeel is +/+, nadeel is -/-)

Tenzij nadrukkelijk aangegeven zijn alle financiële overzichten in dit boekwerk gebaseerd op het bovenstaande begrotingssaldo.

In dezelfde periode als de Meerjarenbegroting volgt de 2e Tussentijdse Rapportage 2018. Hierin zijn de eerste acht maanden van 2018 financieel in beeld gebracht en de effecten van de septembercirculaire verwerkt. De raad heeft de 2e Tussentijdse Rapportage op 4 oktober ontvangen. De behandeling hiervan vindt plaats in de commissie Algemene Zaken van 23 oktober (besluitvorming in de raadsvergadering van 5 november), zodat de raad vóór de begrotingsbehandeling kennis heeft genomen van de budgetafwijkingen die hieruit naar voren komen. Met de structurele doorwerking van budgetafwijkingen uit de 2e Tussentijdse Rapportage wordt in deze Meerjarenbegroting (uiteraard) rekening gehouden.
Om te komen tot het meest actueel beschikbare begrotingssaldo voor het nieuwe beleid zijn eind september de volgende twee ontwikkelingen nog aan het begrotingssaldo bestaand beleid toegevoegd: de gevolgen van de septembercirculaire en de structurele effecten uit de 2e Tussentijdse Rapportage.

2019 2020 2021 2022
Saldo begroting bestaand beleid 123.422 880.094 1.250.522 1.769.401
Gevolgen septembercirculaire 2018 -324.274 -194.207 -280.085 -200.905
Gevolgen 2e Tussentijdse Rapportage 2018 64.765 -28.195 119.110 135.609
Beschikbaar t.b.v. nieuw beleid -136.087 657.692 1.089.547 1.704.105
- waarvan incidenteel -75.868 -54.838 -375.059 -233.945
- waarvan structureel -60.219 712.531 1.464.606 1.938.050
(voordeel is +/+, nadeel is -/-)

Saldo Meerjarenbegroting 2019-2022 na vaststelling begroting door raad
In de raadsvergadering van 12 november 2018 zijn de onderstaande besluiten genomen die van invloed zijn op het begrotingssaldo.

2019 2020 2021 2022
Beschikbaar collegeversie d.d. 08-10-2018 -869.817 -479.668 -87.478 439.159
Uit begroting: bijdrage stroppenpot sociaal domein -330.000 0 0 0
Amendement 6. Afvalstoffenheffing -9.870 -10.009 -10.148 -10.291
Amendement 7. Hondenbelasting 0 0 0 0
Begrotingssaldo raadsversie d.d. 12-11-2018 -1.209.687 -489.677 -97.626 428.868
- waarvan incidenteel -276.199 -73.258 -363.821 -187.512
- waarvan structureel -933.488 -416.419 266.195 616.380
(voordeel is +/+, nadeel is -/-)

De tekorten in 2019, 2020 en 2021 worden gedekt uit de algemene reserve.

Beoordeling provincie
Na vaststelling van de Meerjarenbegroting door de raad beoordeelt de provincie óf het begrotingsjaar (2019) óf uiterlijk de laatste jaarschijf van de meerjarenraming (2022) reëel en structureel in evenwicht is. Daarbij mag er geen sprake zijn van een opschuivend perspectief. Hiermee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een Meerjarenbegroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is.

Reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. Structureel evenwicht houdt in dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
Uit het overzicht hierboven blijkt dat de begroting reëel en structureel sluit voor de jaren 2021 en 2022 (positief € 266.195,- en € 616.380,-).