Meer
Publicatiedatum: 08-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Begrotingssaldo na autonome ontwikkelingen en nieuw beleid

Begrotingssaldo na autonome ontwikkelingen en nieuw beleid

Rekening houdend met de autonome ontwikkelingen en nieuw beleid is het begrotingssaldo als volgt:

 

Verloop begrotingssaldo 2020 2021 2022 2023
Vertrekpunt Kadernota -541.201 -613.937 -1.182.819 63.300
Autonome ontwikkelingen 1.794.638 2.405.705 2.990.505 1.619.967
Nieuw beleid -2.325.606 -2.315.359 -1.579.516 -373.209
Begrotingssaldo vóór dekking uit Algemene Reserve -1.072.169 -523.591 228.170 1.310.058
- waarvan incidenteel 191.656 341.560 1.173.910 4.871
- waarvan structureel -1.263.825 -865.151 -945.740 1.305.187
Verloop begrotingssaldo 2020 2021 2022 2023
Begrotingssaldo vóór dekking uit Algemene Reserve -1.072.169 -523.591 228.170 1.310.058
Dekking ten laste van algemene reserve:
Onttrekking is positief voor de exploitatie, storting is negatief 1.072.169 523.591 -228.170 0
Begrotingssaldo na dekking uit Algemene Reserve 0 0 0 1.310.058
- waarvan incidenteel 1.263.825 865.151 945.740 4.871
- waarvan structureel -1.263.825 -865.151 -945.740 1.305.187

De laatste jaarschijf (2023) is structureel sluitend. Voor de jaren 2020, 2021 en 2022 is het structurele begrotingssaldo negatief. Het negatieve saldo brengen wij ten laste van de Algemene Reserve, waardoor het resultaat = 0. Deze onttrekkingen zijn overigens niet van invloed op het structurele begrotingssaldo. Rekening houdend met de onttrekkingen die in de afgelopen tijd zijn gedaan en de prognoses tot het einde van het jaar (2019) moet er op dit moment € 6.650.000,- worden bijgestort om de Algemene Reserve op het minimum van € 3.500.000,- te houden.

Verloop algemene reserve 2019 2020 2021 2022 2023
Stand per 1 januari 5.171.895 3.500.000 3.500.000 3.500.000 3.496.033
Neg. saldo jaarrekening 2018 -1.479.417 0 0 0 0
Neg. saldo bij MPB 2019-2022 -1.209.687 -489.677 -97.626 0 0
Neg. saldo bij RV Herinrichting Kalander- en Haspelstraat -2.250 -2.208 -2.166 0 0
Neg. saldo bij RV Centrumplan Geldrop 0 0 -13.222 0 0
Neg. saldo bij 1e tussentijdse rapportage 2019 -95.088 -57.540 -72.253 0 0
Pos. (+) of neg. (-) saldo bij Kadernota 2020-2023 1.100.614 8.224 -428.670 -1.182.819 0
Neg. (-) of pos. (+) saldo bij MPB 2020-2023 0 -1.072.169 -523.591 228.170 0
Neg. saldo na 2e tussentijdse rapportage 2019 -2.934.487 0 0 0 0
BIJSTORTEN 2.948.420 1.613.370 1.137.528 950.682 0
Stand per 31 december 3.500.000 3.500.000 3.500.000 3.496.033 3.496.033
Onder het minimum van € 3.500.000,- 0 0 0 -3.967 -3.967

Andere dekkingsmiddelen moeten worden ingezet om de Algemene Reserve aan te zuiveren. Voor de komende jaren gaat het om een totaalbedrag van € 6.653.967,- (2019: € 2.948.420,- + 2020: € 1.613.370,- + 2021: € 1.137.528,- + 2022: € 954.649,-).

Wij stellen het volgende dekkingsplan voor:

1. Volledige aanwending van de Inkomensreserve (€ 2.948.420,- in 2019, € 1.613.370,- in 2020, € 1.137.528,- in 2021 en € 300.682,- in 2022).

2. Inzet van de extra middelen Jeugdzorg in 2022 (€ 650.000,- in 2022). Toelichting: de Provincie heeft in juli 2019 een richtlijn opgesteld waaruit blijkt dat de gemeente Geldrop-Mierlo een bedrag van € 650.000,- voor de jaren 2022 en verder als structureel dekkingsmiddel mag aanmerken in de begroting. In de Kadernota (en bij het opstellen van de Meerjarenbegroting) is uitgegaan van de uitkomsten van de Meicirculaire. Hierin is voor de extra middelen Jeugdzorg opgenomen: € 844.000,- in 2019, € 650.000,- in 2020 en 2021 en daarna € 0,-.

Er resteert dan nog een bedrag van € 3.967,- in 2022. Begrotingstechnisch is de Algemene Reserve in 2022 daarom € 3.967,- lager dan het vastgestelde minimum van € 3.500.000,-.  De werkelijke aanzuivering gebeurt echter elk jaar pas bij het opstellen van de Jaarrekening, op basis van de werkelijke tekorten in dat jaar. Afhankelijk daarvan wordt in de komende jaren bij het opstellen van de Meerjarenbegroting telkens opnieuw bepaald welke bedragen voor aanzuivering gereserveerd moeten worden.

 

Gevolgen voor weerstandsvermogen

Door de volledige aanwending van de Inkomensreserve daalt het weerstandsvermogen van de Algemene Dienst fors. De ratio blijft echter boven de 1, waardoor er geen aanvullende maatregelen nodig zijn.

Ratio's:

  • 2016: 6,41
  • 2017: 4,61
  • 2018: 4,15
  • 2019: 2,50
  • 2020: 1,95
  • 2021: 1,56
  • 2022: 1,45
  • 2023: 1,45

Berekening ratio 2019:

NB: De bovenstaande uitkomsten wijken af van de berekeningen uit de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit komt omdat er in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (nog) geen rekening is gehouden met nieuw beleid. Wanneer de raad het nieuw beleid heeft vastgesteld wordt de paragraaf hier op aangepast.

 

Beoordeling provincie

Na vaststelling van de Meerjarenbegroting door de raad beoordeelt de provincie of het begrotingsjaar (2020) of uiterlijk de laatste jaarschijf van de meerjarenraming (2023) reëel en structureel in evenwicht is. Daarbij mag er geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief. Hiermee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar een Meerjarenbegroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. Structureel evenwicht houdt in dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

In de Meerjarenbegroting van vorig jaar sloot de begroting reëel en structureel voor de jaren 2021 en 2022. In deze Meerjarenbegroting geldt dit uitsluitend voor jaar 2023.