Meer
Publicatiedatum: 04-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn wij onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen. In het verlengde daarvan liggen de beleidsregels. Er kunnen zich gevallen voordoen die in de wet niet specifiek zijn geregeld. Dan is het noodzakelijk en wenselijk dat regels worden gesteld die een uniforme, praktische en doelmatige uitvoering mogelijk maken.

De gemeentelijke belastingen en rechten zijn, naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en
de doeluitkeringen van het Rijk, de belangrijkste inkomstenbronnen voor de gemeente. De doelstelling is om de totale lastendruk voor burgers, bij het huidige voorzieningenniveau, zo laag mogelijk te houden. Daarnaast is gestreefd naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. Het profijtbeginsel is gehanteerd bij de overige heffingen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de burger mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor burgers blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen;
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies;
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven heeft plaats gevonden door
vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 18 december 2017.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Wij heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende
zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde Onroerende zaakbelastingen:

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende recht of persoonlijk recht gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt.

Bij de vaststelling van de tarieven is rekening gehouden met de waardeontwikkeling. Op basis van de nieuw gewaardeerde onroerende zaken is de gemiddelde waardestijging voor woningen becijferd op 5,12%. Voor niet-woningen bedraagt de gemiddelde waardeontwikkeling 0,23 %. Binnen deze categorieën onroerende zaken kunnen zich bij individuele objecten zowel afwijkingen naar boven als naar beneden voordoen.

De tarieven voor 2018 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en wel zodanig dat uiteindelijk sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst OZB, exclusief de areaaluitbreiding en de inflatiecorrectie van 1,1%.

Overzicht tarieven

In 2018 zijn de onderstaande tarieven gehanteerd. Ter vergelijking zijn tevens de cijfers van 2016 en 2017 opgenomen.

2016 2017 2018
OZB eigenaar woning 0,0829% 0,0818% 0,0803%
OZB eigenaar niet-woning 0,1490% 0,1506% 0,1523%
OZB gebruiker niet-woning 0,1212% 0,1225% 0,1238%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar) 92,40 93,00 94,00
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval 4,00 4,10 4,15
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval 6,70 6,90 7,00
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval 10,90 11,20 11,30
Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds 1,45 1,50 1,50
Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds 2,30 2,35 2,40
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval 2,00 2,05 2,05
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval 3,30 3,45 3,50
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval 5,50 5,60 5,65
Rioolheffing < 200 m3 200=""> 171,60 169,80 174,60
Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3 228,60 226,20 232,80
Rioolheffing > 500 m3 228,60 226,20 232,80
Toeristenbelasting 1,46 1,46 1,46
Hondenbelasting per hond 55,80 55,80 55,80
Hondenbelasting per kennel 236,40 236,40 236,40

Vergelijking buurgemeenten

In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de
woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2018 (afgerond op hele euro's).
Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning 0,0897% 0,1497% 0,11081% 0,0956% 0,0803%
OZB Eig. niet-woning 0,1454% 0,2320% 0,24663% 0,1733% 0,1523%
OZB Gebr. niet-won. 0,1300% 0,1862% 0,19882% 0,1407% 0,1238%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden) 194 284 231 235 245
Rioolheffing 150 241 199 165 175

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).

Ontwikkeling lokale lastendruk

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter.

Jaar 2016 2017 2018
WOZ-waarde 210.000 215.000 226.000
Wijziging WOZ-waarde 2,38% 5,12%
OZB 174 176 181
Afvalstoffenheffing 166 169 171
Rioolheffing 172 170 175
Totaal 512 515 527

Toeristenbelasting

De werkelijke opbrengst uit toeristenbelasting bedroeg in 2018 € 652.999,-. De opbrengst is gebaseerd op het tarief van € 1,46 per persoon per overnachting. In 2013 heeft de raad besloten om de toeristenbelasting te beschouwen als een doelbelasting: alle opbrengsten uit toeristenbelasting zetten wij in op het gebied van toerisme en recreatie. Er is een reserve die wordt ingezet ter verbetering van de sector Recreatie en Toerisme. Binnen een werkgroep Recreatie en Toerisme, bestaande uit een twaalftal ondernemers uit de sector, worden projecten gekozen die door de werkgroep tot uitvoering worden gebracht.

Lijkbezorgingsrechten

Een klein deel van de begraafplaats ’t Zand in Geldrop is de algemene begraafplaats van de gemeente. De ontvangen lijkbezorgingsrechten hebben betrekking op deze begraafplaats.

Marktgelden

Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt of van degene aan wie een standplaats is toegewezen op de wekelijkse warenmarkt. Het totaal van de werkelijke opbrengsten is in 2018 € 35.505,- en bestaat uit de huur voor de vaste standplaatsen (€ 31.673,-) en doorberekende energiekosten (€ 3.832,-).

Hondenbelasting

Hondenbelasting is een algemene belasting. Dit houdt in dat de raad vrij is in de bepaling van de opbrengst: er hoeft geen relatie te zijn met de kosten. Het gemeentelijk beleid is echter dat hondenbelasting aangemerkt wordt als een doelbelasting. Dit houdt in dat de opbrengsten aangewend worden ter dekking van het hondenbeleid. De tarieven worden zodanig berekend dat de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de begrote kosten. In 2018 bedroeg de opbrengst uit de hondenbelasting € 232.987,-.

Reclamebelasting

Reclamebelasting wordt geheven in de 2 vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds. De reclamebelasting wordt (na aftrek van de perceptiekosten) uitgekeerd als een subsidie aan de stichtingen centrummanagement. In 2018 zijn de totale opbrengsten uit reclamebelasting € 94.743,-. Hiervan heeft € 67.764,- betrekking op Geldrop en € 26.978,- op Mierlo.

Kwijtscheldingsbeleid

Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de burgers toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding.

De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid;

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend;
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan.

Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • Onroerendezaakbelastingen;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing.

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten

De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor krachtens artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De gemeente Geldrop-Mierlo werkt in de laagbouw met een systeem van afvalverwijdering via grijze (restafval) en groene (GFT) bakken. De hoogte van de heffing hangt naast een vastrecht af van het aantal ledigingen en het volume van de containers waarvoor de belastingplichtige zelf heeft gekozen (gedifferentieerd tarief). Bij de hoogbouw (gestapelde bouw en in het centrum van Geldrop) maken de bewoners en huurders van niet-woningen gebruik van ondergrondse containers. Vanaf 2015 is hiervoor het diftarsysteem opnieuw ingevoerd. De hoogte van de heffing bij deze groep bewoners c.q. gebruikers vindt, naast het vastrecht, plaats op basis van het aantal keren dat van de ondergrondse container gebruik is gemaakt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar een inworp van een pedaalemmer zak (25 liter) of een vuilniszak (40 liter).

Met betrekking tot de afvalstoffenheffing is het beleid dat de tarieven kostendekkend zijn. De totale
opbrengst van de afvalstoffenheffing bedroeg in 2018 € 3.073.866,-. Er is sprake van een onderdekking in 2018 die niet kan worden opgevangen door de voorziening Afvalstoffenheffing. Deze onderdekking zal bekostigd worden vanuit de algemene middelen. Hiervoor verwijzen wij u naar de tabel in het onderdeel 'kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing'. 

Rioolheffing

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

De kosten voor verbetering, vervanging, beheer en onderhoud van het rioolstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. Deze belasting wordt geheven van de gebruikers van woningen en niet-woningen vanwege het lozen van afvalwater en hemelwater op de riolering. Het waterverbruik is de maatstaf van heffing. Hierbij is onderscheid gemaakt in een aantal categorieën, namelijk tussen de eerste 200 m³, 200 m³ tot 500 m³ en iedere volgende (of gedeelte daarvan) 500 m³. De in principe kostendekkende tarieven zijn gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022.

De opbrengsten van de rioolrechten bedroeg in 2018 € 3.500.239,-. Hiervan heeft € 3.041.764 betrekking op woningen en € 458.475,- betrekking op niet-woningen. Er is, zoals gepland, sprake van hogere opbrengsten dan kosten (spaarelement voor toekomstige vervangingsinvesteringen) die wordt gestort in de voorziening Riolering. 

Kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing

Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstellingen worden gehanteerd.

Hieronder wordt in de jaarrekening verantwoording afgelegd of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. In onderstaande overzichten staan per heffing de totale baten en lasten en het gerealiseerde kostendekkendheidspercentage weergegeven.

Dekkendheid rioolheffing 2018
Lasten riool 629.597
Lasten riool, toerekening salaris & overhead 432.407
Lasten riool, kapitaallasten 1.519.329
Extracomptabele toerekening en BTW 716.720
Dotatie voorziening 202.186
Kosten totaal incl. extracomptabele toerekening en BTW 3.500.239
Baten rioolrechten 3.500.239
Onttrekking voorziening -
Baten totaal 3.500.239
Dekkendheid percentage rioolheffing 100%
Dekkendheid afvalstoffenheffing 2018
Lasten afval 3.868.122
Lasten afval, toerekening salaris & overhead 275.288
Lasten afval, kapitaallasten 92.695
Extracomptabele toerekening en BTW 939.915
Dotatie voorziening -
Kosten totaal incl. extracomptabele toerekening en BTW 5.176.020
Baten afval, diversen 1.301.254
Baten afvalstoffenheffing 3.073.866
Onttrekking voorziening -
Baten totaal 4.375.120
Dekkendheid percentage afvalstoffenheffing 84,53%

Leges

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de totaal geraamde baten niet boven de totaal geraamde lasten uitkomen. Tussen afzonderlijke hoofdstukken mag kruissubsidiëring worden toegepast: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen.

Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie.

Kostendekkendheid leges

Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven en heffingen op begrotingsbasis inzichtelijk te maken. Op begrotingsbasis is duidelijk gemaakt dat de tarieven hoogstens kostendekkend zijn. Hiervoor verwijzen we naar de paragraaf in de meerjarenbegroting 2018-2021.

Parkeerbelasting

De parkeerbelasting is van toepassing op het centrum van Geldrop. De werkelijke opbrengst in 2018 bedroeg € 387.685,-. Dit is het totaal van parkeergelden (€ 303.921,-), parkeervergunningen (€ 51.865,-), leges invalide parkeerkaarten (€ 10.856,-) en de naheffingsaanslagen (€ 21.043,-).